HomeWateren en Oevers

Tot "wateren en oevers" worden kleinere watergangen, beken, kanalen en dergelijke gerekend, maar ook poelen en vijvers. De oevers horen daar onlosmakelijk bij. Bermsloten worden tot de Bermen en Sloten gerekend en uiterwaarden tot de Natuurgebieden. De (kusten van) grote wateren als IJsselmeer en Waddenzee en de Delta zijn ondergebracht bij de Kustgebieden.
Palmengrift Veenendaal
De kleinere wateren hebben veelal een duidelijke waterstand-regulerende functie, in geval van kanalen en grotere vaarten gecombineerd met een transportfunctie. De oevers van deze wateren dienen deze functies mogelijk te (blijven) maken. Dat stelt eisen aan beheer en onderhoud. Binnen deze eisen vormen dergelijke wateren en hun oevers echter vaak potentieel belangrijke ecologische verbindingszones; ook kunnen de kleine wateren en hun oevers plaats bieden aan tal van planten en dieren.

De Groene Ruimte verzorgt inventarisaties en monitoring van water- en oeverplanten, al dan niet uitgewerkt tot inrichtings- en beheeradviezen. Bij dat laatste wordt een goede afstemming tussen functies
en natuurwaarden nagestreefd.

U kunt natuurlijk altijd onze rapporten bestellen.
 
Kies uit de volgende lijst:

Onderzoek en inventarisatie

Beleid, inrichting en beheer



Top Onderzoek en inventarisatie

Monitoring Kroos polder Rozendaal 2000-2004Kleine watereppe
(Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden, 2005; 00330pi-mb, 05086pi-mb, 05516pi-mb)
In vervolg op een onderzoek door de STOWA (Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer) is een 5-jarig monitoringonderzoek uitgevoerd naar de bedekking van kroos in een groot aantal sloten in de Lopikerwaard. In het onderzoek werden 3 beheerregimes met elkaar vergeleken, waarbij met name is gekeken naar de ontwikkeling van de bedekking door het kroos in de loop van het seizoen, maar ook naar de ontwikkeling van de soortensamenstelling van zowel de sloten als de oevers. Hoewel er in de loop van de jaren verschillen in bedekking door kroos werden geconstateerd, kon geen eenduidig verschil tussen de beheervarianten worden geconstateerd; wel nam het aantal plantensoorten in de loop van de jaren toe in het onderzoeksgebied als geheel.
Voor verdere verwerking en analyse van de gegevens zijn na afloop van het project alle watergangen beoordeeld op basis van expert-judgement. Deze beoordeling is afgezet tegen de waardering van een computerprogramma om te testen hoe accuraat de beoordeling van het programma was.
Top

Vegetatie-opnamen watergangen
(Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden: 2003, 2004; 03453ph-mb, 04453ph-mb)
Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden heeft aan Data Analyse Ecologie (Arnhem) gevraagd om eventuele effecten van jaarlijks baggeren met de baggerspuit op de ontwikkeling van natuurvriendelijke oevers in beeld te brengen. In opdracht van Data Analyse Ecologie heeft De Groene Ruimte in 2003 en 2004 vegetatieopnamen gemaakt. In beide jaren zijn 150 opnamen gemaakt in 30 sloten, bij 7 verschillende agrariërs. In 2003 zijn in totaal 131 soorten aangetroffen, in 2004 140 soorten. Na het veldwerk zijn alle gegevens in digitale vorm geleverd aan Data Analyse Ecologie, die de verdere verwerking op zich heeft genomen.
Top
Quickscan kwaliteit stadswater Veenendaal en Bunschoten
(Waterschap Vallei en Eem, 2003; 03429ph-mvo/lg/mb)
Voor het Waterschap Vallei en Eem heeft De Groene Ruimte in 2003 de ecologische kwaliteit van de stadswateren van Veenendaal en Bunschoten onderzocht. Tevens werd gezocht naar de relatie met  achterliggende kenmerken, waarop je met beheer en inrichting kunt inspelen. In het veld zijn alle watergangen bezocht en zijn alle gegevens genoteerd die relevant zijn voor de ecologische kwaliteit. Vervolgens is voor elke watergang een ecologische beoordeling gegeven in vijf klassen, onder meer volgens de standaardmethode van de STOWA. Ook zijn per watergang de te nemen maatregelen aangegeven. Het rapport is daarmee één van de bouwstenen van de nog op te stellen stedelijke waterplannen van Veenendaal en Bunschoten. Ook kunnen de resultaten gebruikt worden voor verfijning van de baggerschema’s. Monitoring van de ecologische kwaliteit wordt aanbevolen. In de eerste plaats om de resultaten te toetsen. In de tweede plaats om deze ervaringen op andere locaties te kunnen toepassen. Top

Pilotproject inventarisatie watergangen
(Waterschap Rivierenland, 2002; 02380ph-mb)
In opdracht van Waterschap Rivierenland is in 2002 een “beheer-gerichte” inventarisatie uitgevoerd. De essentie van de daarbij gebruikte typologie is een indeling op basis van soortencombinaties, die vanwege hun karakter een bij voorbaat bepaald beheer vereisen. Voor het type “kleine Fonteinkruiden en Waterranonkelsoorten” betekent dat  jaarlijks de helft maaien, voor “woekeraars”(waaronder Waterpest): 2 à 3 maal per jaar maaien en opruimen. De conclusie is dat zo’n typologie goed bruikbaar is als basis voor een gedifferentieerd onderhoudsplan.
Top
Monitoring Natuurvriendelijk Beheer Watergangen
(Waterschap Vallei en Eem, 2000, 99308-ph/lg/mb)
Het Waterschap Vallei en Eem beheert een groot aantal watergangen waar een natuurvriendelijk beheer wordt nagestreefd. Zij wilden weten wat de effecten van deze vorm van beheer zijn. Daarom heeft De Groene Ruimte in samenwerking met het waterschap 40 watergangen geselecteerd. Deze selectie is ondermeer gebaseerd op het bodemtype en aanwezigheid van kwel en de voedselrijkdom van het water.
Op basis van literatuur zijn drie raamwerken gemaakt (voor zand, klei en veen) met de te verwachten vegetatietypen voor water, oever en graslanden. Deze vegetatietypen zijn geplaatst in een raamwerk waarbij op de ene as de voedselrijkdom en op de andere as de vochtigheid staat.
Van alle geselecteerde watergangen zijn vegetatie-opnamen van de watergang en de oever en soms van het grasland gemaakt. Met diverse analyse-programma's zijn de vegetatie-opnamen geklusterd tot vijftien vegetatietypen. Deze vegetatietypen zijn geplaatst in het raamwerk om aan te geven waar dit cluster zich in het raamwerk bevindt ten opzichte van andere vegetaties.
Voor de verschillende water- oever- en graslandvegetaties is ook een ontwikkelingsreeks aangegeven, met de verschillende mogelijkheden onder verschillend beheer, zodat er een toekomstvisie opgesteld kan worden.
Daarnaast is er een montoringsplan voor de komende jaren opgesteld.
Top
Inventarisatie oevers watergangen Waterschap Boarnferd
(Waterschap Boarnferd, 1994; 94151-pi/ms)
Als vervolg op de door De Groene Ruimte opgestelde beheervisie, zijn van ca. 60 km watergang de oever- en watervegetaties geïnventariseerd. Het ligt in de bedoeling om deze gegevens tot een typologie uit te werken en op basis daarvan tot een ecologisch beheerplan te komen.
Top

 Beleid, inrichting en beheer

Waterberging Obdam
Bergeenden waterberging Obdam(Gemeente Obdam, 2005; 05579pi-lg/ts)
De verbetering van het watersysteem van de polder Obdam heeft geleid tot herinrichting van een deel van de polder. Om de waterbergende en recreatieve functies en natuurfuncties op lange termijn te waarborgen, heeft de gemeente Obdam De Groene Ruimte gevraagd een beheerplan op te stellen. Het gebied bestaat uit open water met eilanden, deels door wandelpaden met elkaar verbonden. Daardoor ontstaan veel geleidelijke overgangen tussen open water, verlandingszones, bloemrijke graslanden en struwelen. Door extensief beheer bieden deze elementen goede overlevingskansen voor flora en fauna. Bijzondere elementen zijn de schelpeneilanden en de zwaluwwand. Door intensief beheer worden deze vegetatievrij gehouden en zijn daardoor een aantrekkelijk rust- en broedplaats voor (water)vogels.
Top
Waterberging Hensbroek Waterberging Hensbroek
(Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, 2004; 04474pi-mv)
Teneinde wateroverlast te voorkomen is het Hoogheemraadschap Holland Noorderkwartier voornemens om een waterberging te realiseren in de polder Hensbroek. De waterberging dient ook ruimte te bieden aan ecologie en recreatie. Voor een gebied van 13 ha is een inrichtingsplan ontwikkeld, waarin ruimte wordt geboden aan een groot waterbergend vermogen, gecombineerd met een veelheid aan natuurwaarden in de vorm van ondiepe wateren, overgangszones, ruigere delen en aan extensieve recreatie in de vorm van wandelpaden en picknickvoorzieningen. Het plan is uitgewerkt tot op het niveau van besteksvoorbereiding, met dwarsprofielen en detailbeschrijving van inrichtings- en beheermaatregelen, inclusief doelsoorten en streefbeelden.
Top
Advisering inrichting natuurvriendelijke oevers
(DWR Amsterdam, 2000; 00325-ph/jb)
DWR Amsterdam is mede betrokken bij de ontwikkeling van de ecologische verbindingszone tussen het IJmeer en het Hollands-Utrechts veenweidegebied. Op den duur wil men in Amstelland een duurzaam stelsel van waardevolle oeverlanden en oevervegetaties creëren. Een inrichtingsvoorstel voor één van de oeverlanden is voorgelegd aan De Groene Ruimte, met het verzoek hiernaar kritisch te kijken en eventuele ideeën voor aanpassing van het ontwerp aan te dragen.

Top Ecologisch Oeverbeheerplan Wetterskip Marne-Middelsee
(Wetterskip Marne-Middelsee, Bolsward, 1999: 98252-pi/lg)
Het Wetterskip Marne-Middelsee beheert een groot aantal oevers van meren, kanalen en vaarten in Friesland. De Groene Ruimte heeft verspreid over het gebied 25 kilometer oever geïnventariseerd. De inventarisatie heeft geleid tot een typologie waarin zes oevertypen worden onderscheiden. Per vegetatietype is vastgesteld wat de ecologische waarde, de ontwikkelingsmogelijk heden en het gewenste beheer is. Hierdoor kunnen oevers naast hun civieltechnische functie, ook een ecologische functie vervullen voor een groot aantal vogels, insecten en kleine zoogdieren.
Top
Herstelplan sprengbeek De Winkewijert
(Waterschap Oost-Veluwe, 1996; 95187-ph/hj)
De Winkewijert is een sprengbeek die in de jaren vijftig is drooggevallen als gevolg van grondwateronttrekkingen. Inmiddels zijn deze onttrekkingen zodanig verminderd dat de sprengkoppen weer watervoerend zijn. De benedenloop is door stedenbouwkundige ontwikkelingen echter grotendeels verloren gegaan. Herstel van de Winkewijert is zowel vanuit waterhuishoudkundig oogpunt (het beëindigen van wateroverlast in nabijgelegen woonwijken) als vanuit cultuurhistorisch en landschappelijk oogpunt gewenst. Het herstelplan geeft aan welke maatregelen noodzakelijk zijn om de Winkewijert weer geschikt te maken voor de afvoer van water. Hierbij zijn twee alternatieven uitgewerkt: 1) herstel van de oorspronkelijke loop en 2) het graven van een kortsluiting tussen het einde van de bovenbeek en de monding. De direct betrokkenen hebben een voorkeur uitgesproken voor volledig herstel van de cultuurhistorische loop. Naar verwachting wordt in 1997 een begin gemaakt met de uitvoering. Top

Beheervisie oevers watergangen Waterschap Boarnferd
Waterschap Boarnferd, 1994; 94140-pi/ms)
Het Waterschap Boarnferd heeft enkele tientallen hoofdwatergangen aangewezen die een voorbeeldfunctie kunnen vervullen voor een natuurvriendelijk beheer van de overige watergangen. Als voorbereiding op een beheerplan is voor deze "voorbeeldwatergangen" een beheervisie opgesteld. Daarbij zijn verschillende groepen watergangen onderscheiden (bijvoorbeeld watergangen die aangewezen zijn als onderdeel van een ecologische verbindingszone). Voor elke groep is de gewenste ontwikkelingsrichting geschetst en is aangegeven hoe deze gerealiseerd kan worden. Voor een aantal kansrijke locaties zijn herinrichtingsvoorstellen gedaan, zoals herprofilering en het aanbrengen van ondiepe inhammen in de oeverzone.
Top
Beheerplan en herinrichtingsvoorstellen Westelijke Rijkswaterleiding
(Rijkswaterstaat Directie Zeeland, 1993; 93135-pi/hj)
De Westelijke Rijkswaterleiding loopt parallel aan het Kanaal van Gent naar Terneuzen. Het project was erop gericht het ecologisch functioneren van de Westelijke Rijkswaterleiding te verbeteren. Van de onderscheiden ecologische infrastructuren zijn de huidige kwaliteit en eventuele knelpunten bepaald. Op basis daarvan zijn concrete voorstellen gedaan voor herinrichting en beheer.
Top