Natuurterreinen
Ten behoeve van het beheer van
natuurterreinen voert De
Groene Ruimte
karteringen uit van
vegetatie en fauna en worden beleidsvisies en beheerplannen ontwikkeld.
Karteringen kunnen zowel bestaan uit gedetailleerde en gebiedsdekkende
inventarisaties, random gekozen vegetatie-opnamen,
luchtfoto-interpretaties, als uit inventarisaties van indicatorsoorten.
Resultaten van karteringen worden ecologisch geïnterpreteerd.
Daarbij wordt ook een relatie gelegd met specifieke, locatie gebonden
randvoorwaarden zoals beheer, bodem en waterhuishouding. Deze
interpretatie resulteert in een aantal mogelijkheden voor inrichting en
beheer, inclusief consequenties daarvan.
Omdat continuïteit zowel vanuit het oogpunt van natuur als uit
het
oogpunt van een efficiënte en doelmatige inzet van geld en
personeel gewenst is, worden beleidsvisies en beheerplannen opgesteld.
Hierin wordt beschreven welke natuurwaarden naar verwachting veilig
gesteld of ontwikkeld kunnen worden. Deze interpretatie blijft niet
beperkt tot de mogelijkheden die flora, vegetatie en fauna op zich
bieden. Een grote rol wordt ook gespeeld door factoren en
ontwikkelingen, welke slechts voor een deel beïnvloed kunnen
worden door de beheerder. Dit zijn bijvoorbeeld de relatie met de
omgeving, beleidskaders van de verschillende overheden, de bodem en de
waterhuishouding. Om de ontwikkelingsmogelijkheden goed in te kunnen
schatten, worden de bestaande en te verwachten beperkingen en
knelpunten in beeld gebracht. Op basis hiervan wordt een keuze gemaakt.
Deze wordt uitgewerkt tot een concreet plan van aanpak. Keuzes,
afwegingen en uitwerking worden duidelijk onderbouwd, om ook in de
toekomst goed te kunnen inspelen op nieuwe ontwikkelingen.
U kunt natuurlijk altijd onze rapporten
bestellen.
Kies uit de volgende lijst:
Beleid,
inrichting en
beheer
Onderzoek en inventarisatie
Beleid, inrichting en beheer
Nieuw weidevogelgebied Zegeweg
(Provincie Gelderland, 2009, 2010; 09058, 10088 pi/ts/rn/lg)
De aanleg van een nieuw tracé van de N322 (Maas en Waalweg) bij
Beneden-Leeuwen betekent een doorsnijding van de Ecologische
Hoofdstructuur (EHS). Om het verlies van het weidevogelgebied voor
Grutto, Tureluur en Patrijs te compenseren is door de provincie
Gelderland in de omgeving een agrarische gebied van ca. 32,5 ha
aangekocht, dat optimaal wordt ingericht voor weidevogels. Doelsoorten
hierbij zijn Grutto, Tureluur en Watersnip. Daartoe is het gebied
ingedeeld in zones, met verschillen in vochtigheid,
nat-drooggradiënten en weidsheid, en geleidelijke overgangen
tussen de verschillende biotopen. Daardoor is het gebied geschikt voor
een grote variatie aan weidevogels.
Door De Groene Ruimte is het inrichtings- en onderhoudsplan voor het
weidegebied opgesteld, in overleg met betrokken organisaties, zoals de
provincie en het waterschap. Ook zijn alle vergunningen voorbereid en
aangevraagd. Op dit moment is het terrein ingericht; de
uitvoering is begeleid door De Groene Ruimte. Er is nauw contact met
de aannemer geweest, opdat een optimaal eindresultaat wordt bereikt, waarmee
het verloren gegane weidevogelgebied ruim wordt gecompenseerd, zowel in
kwantiteit als in kwaliteit.
Ecologische verbindingszones in
Utrecht
(Provincie Utrecht, 2008; 08917, 08891 ph/ts/sw/mb/rn)
In opdracht van de provincie Utrecht geeft De Groene Ruimte uitwerking
aan twee ecologische zones in Rhenen.
De zone “Vogelenzang” loopt, parallel aan de
Nederrijn,
deels over de Grebbeberg en het terrein met zandwinplas van de
voormalige kalkzandsteenfabriek “Vogelenzang” en
pal tegen
een nog te realiseren woonwijk. De uitdaging is om de zone
zó in
te richten dat het Edelhert de zone als passage kan gebruiken,
stroomdalsoorten als Kleine steentijm en Borstelkrans en dieren als
Ringslang, Boommarter en Zandhagedis er een geschikt leefgebied vinden
én de zone tegelijkertijd door de toekomstige bewoners goed
kan
worden beleefd.
De Noordelijke Meentsteeg is een circa 2,1 km lange zone vanaf de
Utrechtse Heuvelrug richting Veluwe. Hiervoor wordt in samenwerking met
Veenenbos en Bosch een inrichtingsbeeld opgesteld. Bestudeerd wordt hoe
andere functies zoals wonen, landbouw, waterberging en landschapsbouw
geïntegreerd kunnen worden met een goed functionerende
ecologische
verbindingszone. Daarmee ontstaat een kans om de verbindingszone in een
breder perspectief te plaatsen waardoor de kans op verwezenlijking
groter wordt. Het inrichtingsbeeld wordt als poster gepresenteerd.
Actualisering beleidsvisie
Rozendaalse veld
(Gemeente Rheden, 1996; 96190-ph/lg/hj)
Het Rozendaalse Veld is een ca. 500 ha groot heideterrein. Het
Rozendaalse Zand (ca. 35 ha) bestaat uit, grotendeels vastgelegd,
stuifzand. In 1989 heeft De Groene Ruimte een beheervisie voor het
Rozendaalse Veld opgesteld, inclusief een beheerplanning voor de
periode 1991-1995. In 1996 is, aan de hand van een globale
veldinventarisatie, de beheervisie geactualiseerd. De belangrijkste
doelstellingen zijn het vergroten van de differentiatie in de structuur
en leeftijd van de heide middels een combinatie van plaggen, maaien en
begrazing. Tevens is een beheervisie voor het Rozendaalse Zand
opgesteld met als doel het herstel van het stuifzandgebied. De
beheervisie omvat ook een planning voor de periode 1996-2000.

Beheersplan Heidse Peel
(Staatsbosbeheer Peel en Maas, 1993; 93113-ph/ms)
De Heidse Peel is een restant van het eertijds uitgestrekte Peelgebied
op de grens van Noord-Brabant en Limburg. Hoewel het gebied sterk is
dichtgegroeid en vergrast, zijn er nog steeds restanten van waardevolle
natte vegetaties aanwezig. In het kader van een Regiwa-project werd de
waterhuishouding opnieuw bezien. Daarom is gekozen voor herstel van
ven-, veen- en oevervegetaties op de plaatsen waar daarvoor de grootste
potenties aanwezig zijn, in combinatie met ontwikkeling van heide en
bos.

Beheersplan Nuenen
(Staatsbosbeheer Peel en Maas, 1993; 93114-ph/ms )
Het object Nuenen beslaat een deel van het Dommeldal en bestaat uit
graslanden en broekbossen. In enkele graslanden en broekbossen zijn
hoge tot zeer hoge natuurwaarden aanwezig. Er zijn goede mogelijkheden
voor verhoging van natuur- en landschapswaarden. De waterkwaliteit van
de Dommel speelt daarbij een grote rol. Regionale
verstedelijkingsplannen stroken echter niet met verdere ontwikkeling
van natuurwaarden. In het beheerplan is gekozen voor versterking en
ontwikkeling van de natuurwaarden, mede om tegenwicht te geven aan
mogelijke verstedelijking.

Beheersplannen Steendert en
Lienden
(Staatsbosbeheer Rivierenland, 1993; 92109-ph/hj)
De Steendert is een karakteristiek graslandcomplex in de komgronden van
de Betuwe. Het gebied heeft een functie als foerageergebied voor
ganzen. Daarnaast komen er in de sloten waardevolle vegetaties voor.
Voorgesteld is het beheer te richten op verdere ontwikkeling van
vegetaties van sloten en natte graslanden, onder andere door een deel
van de graslanden te verlagen. Ten behoeve van de ganzen is voorgesteld
op de hogere delen enkele voederakkers aan te leggen.
Het natuurgebied Lienden bestaat uit een complex van de oevers van de
Oude Rijn, een deel van een oude Rijndijk en enkele aanliggende
percelen grasland, water, moeras, ruigte en bos. Het object heeft zowel
landschappelijke als cultuurhistorische en ecologische waarden. In het
beheersplan is gekozen voor verdere ontwikkeling van de dijkgraslanden
door een gericht maaibeheer, in combinatie met een verdere ontwikkeling
van met name de avifaunistische betekenis van de nattere delen. Aan
spontane processen is hierin een duidelijke rol toebedeeld.

Beheersplannen Waarden bij
Loevestein, Hondswaard,
Waarden bij Poederoijen en Nederhemert
(Staatsbosbeheer Rivierenland, 1993; 92108-ph/hj)
De natuurgebieden Waarden bij Loevestein, Hondswaard, Waarden bij
Poederoijen en Nederhemert zijn uiterwaarden aan de Waal, Maas en/of
Afgedamde Maas (Bommelerwaard). Voor elk gebied is een beheersplan
opgesteld. De beleids- en beheersdoelstellingen zijn per object bepaald
door een afweging te maken tussen verdere ontwikkeling van de huidige
waarden en de mogelijkheden om geheel nieuwe waarden tot ontwikkeling
te brengen. Gelet op de slechte waterkwaliteit van met name de Waal is
terughoudendheid betracht bij het in open verbinding brengen van de
objecten met de betreffende rivieren.

Natuurvisies Oude Buisse Heide en
St. Pietersberg
(Natuurmonumenten; 1999; 99294-ph/wf)
Natuurmonumenten beheert een groot aantal zeer waardevolle
natuurgebieden. Voor deze natuurgebieden worden door Natuurmonumenten
natuurvisies opgesteld. Deze natuurvisies geven beknopt maar
tegelijkertijd helder en toetsbaar aan welke richting Natuurmonumenten
met deze gebieden op wil. In 1999 is door De Groene Ruimte meegewerkt
aan het opstellen van natuurvisies voor de Oude Buisse Heide in
Noord-Brabant en de Sint Pietersberg in Limburg.

Onderzoek
en inventarisatie
Natuurdoeltypenkaart van Nederland
(Informatie- en KennisCentrum Natuurbeheer / ExpertiseCentrum LNV,
1996, 1998, 1999, 2000; 96208-jb/ms/rm/rv, 98268-pi/mb, 99285-pi/mb,
00334-pi/mb)
In 1995 is het "Handboek Natuurdoeltypen in Nederland" verschenen. Op
basis van dit handboek en de herzieningen wordt een
Natuurdoeltypenkaart van Nederland gemaakt door het IKC Natuurbeheer /
EC-LNV. In dat kader is door De Groene Ruimte, in opdracht van het
toenmalig IKC, in 1996 (alsook in 1998 en 1999) een groot aantal
beheerplannen van natuurgebieden "vertaald" naar natuur-doeltypen.
In 1998 en 1999 zijn door De Groene Ruimte tevens door beheerders
aangeleverde "definitieve" beheerdoelstellingen en natuurdoeltypen
getoetst aan de richtlijnen en randvoorwaarden die er vanuit het IKC
aan deze methodiek worden gesteld.
In 2000 is op basis van de 12 verschillende provinciale
natuurdoeltypenkaarten gewerkt aan één nationale
kaart,
waarbij de provinciale kaarten zijn getoetst aan aan de richtlijnen
voor de Landelijke Natuurdoeltypenkaart en aan de doelstellingen van
het Ministerie van LNV.

Ruigtekartering uiterwaarden
(RIZA-Rijkswaterstaat, 1998; 98269-pi/mv)
Één van de factoren die bij hoogwaterberekeningen
een rol
spelen, is de ruwheid van de aanwezige vegetatie. Om meer inzicht te
krijgen in die ruwheid in de uiterwaarden is in opdracht van het RIZA
een vegetatiekartering uitgevoerd in de uiterwaarden van de Waal,
Neder-Rijn/Lek en IJssel. Daarbij is uitgegaan van het
Rivieren-Ecotopen-Systeem (RES). Naast de vegetatie is ook de
aanwezigheid van (sporen van) vee vastgelegd en is van elke
opnamelocatie een aantal dia's gemaakt. De inventarisatiegegevens zijn
zowel analoog (inclusief grafische verwerking) als digitaal aan de
opdrachtgever geleverd, inclusief een evaluatie van de werkwijze en
resultaten.

Monitoring De Moorselen
(Gemeente Laarbeek, 1997, 1998; 97231-pi/jb, 98242-pi/jb)
De gemeente Laarbeek heeft het natuurgebied "De Moorselen" in bezit.
Voorheen was het terrein in gebruik als paardenwei. Sinds een aantal
jaren is de waterstand in het gebied opgezet. Het 10 hectare omvattende
terrein bestaat voornamelijk uit natte graslanden en wilgenbosjes.
Verder zijn poelen en sloten aanwezig. Het terrein wordt extensief
beheerd.
In 1997 zijn in het gebied 8 proefvakken uitgezet om de
vegetatie-ontwikkeling te volgen. Inventarisaties van de vegetatie in
1997 en 1998 laten zien dat het gebied zich in een overgangstoestand
bevindt: naast plantensoorten van cultuurgraslanden komen veel soorten
van natte, minder voedselrijke situaties voor. In totaal zijn ca. 150
plantensoorten waargenomen, waaronder verschillende zeldzame en/of
beschremde soorten.

Vegetatiekartering Duursche
waarden
(Meetkundige Dienst Rijkswaterstaat, 1996; 96204-pi/rv/ll)
Het natuurgebied "De Duursche Waarden" is een uiterwaard van de IJssel
ten noorden van Deventer. In 1989 is in het gebied een
natuurontwikkelingsproject uitgevoerd, waarbij een nevengeul
stroomafwaarts is aangesloten op de IJssel. Het gebied is in 1989, 1990
1991 en 1993 gekarteerd.
Door De Groene Ruimte is in 1996 een vervolgkartering uitgevoerd. De
werkzaamheden bestonden uit: een stereoscopische
luchtfoto-interpretatie, het maken van vegetatie-opnamen, het
classificeren van de vegetatie-opnamen en een beschrijving van de
onderscheiden vegetatietypen, een her-interpretatie en het maken van
een digitale vegetatiekaart met behulp van een Geografisch Informatie
Systeem (ArcInfo).

Inventarisatie Vlier en Wilg in
de randzone van de
Oostvaardersplassen
(RIZA, 1996; 96202-pi/mb)
Het RIZA is een monitoringsonderzoek gestart naar Gewone vlier en Wilg
in de Oostvaardersplassen. Doel is om veranderingen van
vegetatiestructuren vast te stellen en een eventuele verbossing door
Vlier en Wilg te kunnen waarnemen. Het doel van de eerste, door De
Groene Ruimte, uitgevoerde inventarisatie was om de huidige
aanwezigheid van en bedekking door Vlier en Wilgen kwantitatief vast te
leggen. Ook diende er een statistische basis te worden gelegd voor
vervolgkarteringen en - evaluaties.
De opnamelocatie zijn met een dGPS exact vastgelegd. Het onderzoek
leidde tot enkele aanbevelingen voor het verzamelen van de gegevens om
een betere statistische verwerking mogelijk te maken.
Vegetatiekartering
Afferdense,
Deestse en Leeuwense
Waarden
(Meetkundige Dienst Rijkswaterstaat, 1995; 95173-pi/ll)
Voor zowel de Afferdense en Deestse Waarden als de Leeuwense Waard is
een vegetatiekartering uitgevoerd in het kader van de monitoring van
natuurontwikkelingsprojecten in beide Waaluiterwaarden. Het betrof de
vastlegging van de uitgangssituatie.
Aan de hand van stereoscopische false-colorluchtfoto's zijn de
vegetatiegrenzen vastgelegd op overlays. De onderscheiden foto-eenheden
zijn beschreven. Na het maken van vegetatie-opnamen in het veld zijn
door middel van classificatie en extrapolatie de vegetaties per
foto-eenheid vastgesteld. De verschillende overlays/deelkaarten zijn
digitaal verwerkt tot één digitale
vegetatiekaart, welke
als GIS-bestand (in ArcInfo) aan de opdrachtgever is geleverd.