Projecten

Hieronder is een selectie van de projecten weergegeven die De Groene Ruimte de afgelopen jaren heeft uitgevoerd.

Inventarisatie muurplanten gemeente Den Haag

In (oudere) steden vinden muurplanten een heel eigen leefgebied. Den Haag is daarop geen uitzondering. Dat deze soorten daar voorkomen is wel bekend, maar welke soorten precies, waar en hoeveel was niet helder. Dat is wel belangrijk omdat dan bij allerlei werkzaamheden rekening kan worden gehouden met deze soorten. Zo nodig kunnen ook maatregelen worden genomen om soorten waar het niet zo goed mee gaat een steuntje in de rug te geven.

In de zomer van 2014 heeft De Groene Ruimte daarom in opdracht van de gemeente het centrum van Den Haag op muurplanten geïnventariseerd. Om alle reeds bekende waarnemingen in beeld te brengen is een voorbereidend bronnenonderzoek uitgevoerd. Hierbij kwamen 1.494 waarnemingen naar voren, met in totaal 24 verschillende soorten muurplanten. Tijdens de veldbezoeken zijn 32 soorten muurplanten vastgesteld. Ruim de helft van de aangetroffen exemplaren betreft de Muurvaren. Ook Smal venushaar is na 15 jaar teruggevonden. In 2014 zijn in totaal 3.147 waarnemingen gedaan.

In de praktijk blijkt dat muurplanten verdwijnen door ondeskundigheid en onwetendheid bij particulieren en (semi)overheidsinstanties. Kademuren vormen een belangrijke groeiplaats voor muurplanten. Bij toekomstige werkzaamheden aan kademuren kan nu eenvoudig worden nagegaan of er muurplanten in het geding zijn en bepaald worden hoe daarmee wordt omgegaan.

Monitoring vleermuisvoorzieningen Malburgen

In de Arnhemse wijk Malburgen is een grootschalige herstructurering gaande. Vleermuizen moeten tijdens en na de werkzaamheden genoeg verblijfplaatsen houden. Daarom zijn tussen 2008 en 2013 53 vleermuiskasten aan bomen opgehangen en zijn 55 vleermuisvoorzieningen aan en in gevels toegepast. De ervaringen die in Malburgen hiermee zijn opgedaan, kunnen helpen om bij toekomstige bouwprojecten tijd en middelen effectiever in te zetten, zowel ecologisch als financieel. Daarom heeft De Groene Ruimte in opdracht van Volkshuisvesting Arnhem en de gemeente Arnhem alle 108 vleermuisvoorzieningen in de loop van het seizoen 2013 driemaal op gebruik gecontroleerd. Daaruit bleek dat in Malburgen de kasten aan bomen niet tot nauwelijks worden gebruikt, maar dat de voorzieningen aan en in gevels wel worden gebruikt. Bij het vinden van een verklaring voor dit verschil zijn de volgende aspecten van belang:

  • aantal en locaties van voorzieningen aan en in gevels zijn volgens dezelfde criteria gekozen als die voor kasten aan bomen;
  • uit een langjarige monitoring 2004 - 2013 is gebleken dat vleermuizen zich in Malburgen tijdens de herstructurering goed hebben gehandhaafd.

Met de in Malburgen gebruikte kasten aan bomen zijn eerder in het bosgebied bij de Dreijenseweg (Arnhem) goede ervaringen opgedaan: dat type kast werd een jaar nadat ze daar zijn opgehangen al in gebruik genomen. Daarom doet zich de vraag voor of de omvang van het boom/bosklimaat van invloed is op het gebruik van kasten in de stedelijke omgeving. Mogelijk ontstaat vanwege een relatief geringe massa van bomen in groenzones, een voor vleermuizen minder aantrekkelijk microklimaat: kasten aan bomen warmen sneller op en koelen sneller af dan boomholtes en stenen voorzieningen aan en in gevels.
Deze bevindingen pleiten ervoor om nog sterker in te zetten op in gevels geïntegreerde vleermuisvoorzieningen.

Malburgen

Bijzondere locaties langs het spoor
 
De spoorbermen in beheer bij ProRail leveren een belangrijke bijdrage aan het behoud van biodiversiteit. ProRail wil bij het beheer van bermen de aanwezige natuurwaarden behouden, en kansen benutten voor de ontwikkeling van nieuwe natuur-en landschapswaarden. Ruim vijftien jaar geleden heeft ProRail (toen nog NS Railinfrabeheer) in samenwerking met Arie Koster de Signaleringskaart bijzondere planten' opgesteld. Op deze kaart zijn alle bijzonder bermen, sloten en emplacementen aangegeven.
 
In opdracht van ProRail Regio Randstad-Noord heeft De Groene Ruimte in 2011 een evaluerend onderzoek gedaan in alle bekende bijzondere trajecten. Hierbij zijn onder andere alle trajecten van de Signaleringskaart zijn bezocht en beoordeeld. Dit onderzoek is een uitwerking voor specifieke locaties, van het veel globalere bermbeheerplan dat in de periode 2009/2010 is opgesteld.
 
Het resultaat van het onderzoek is dat de trajecten verdeeld kunnen worden in drie groepen:

  • de bijzondere waarden zijn verdwenen, er zijn geen redenen om op deze trajecten bijzonder    beheer uit te voeren;
  • de bijzondere waarden zijn nog aanwezig en bevinden zich vooral in zone I. Voor de in    standhouding van de aanwezige waarden is standaardbeheer voldoende. Bij werkzaamheden    dient rekening gehouden te worden met deze waarden;
  • de bijzondere waarden zijn nog aanwezig en bevinden zich vooral in zone II en zone III.

Voor de instandhouding van de aanwezige waarden is een extra beheerinspanning noodzakelijk. Tevens dient er bij werkzaamheden rekening gehouden te worden met deze waarden. Bij deze groep is nauwkeurig aangegeven op welke manier het object beheerd moet worden om de bijzondere waarden te behouden.
 
Door dit onderzoek weet ProRail precies op welke delen van trajecten bijzondere waarden voorkomen, en dus ook waar deze n¡et voorkomen. Op deze manier kan Regio Randstad-Noord de beschikbare middelen optimaal inzetten, om haar maatschappelijk taak -om natuur langs het spoor te behouden en beheren- inhoud kan geven.

ProRail