Gebieden

Natuurgebieden hebben een belangrijke functie voor natuur. Ze bieden een groeiplaats aan tal van plantensoorten en de biotopen vormen een leefomgeving voor een divers scala aan dieren, waaronder bijvoorbeeld vlinders, amfibieën en grote zoogdieren. Toch is de functie voor natuur niet exclusief voor natuurterreinen. Parken, golfterreinen, waterbergingen en bedrijventerreinen kunnen, naast het hoofddoel, een belangrijke functie vervullen voor natuur.

Elk van deze gebieden is een dynamisch, continu veranderend geheel, opgebouwd uit een samenhangend complex van abiotische, ecologische en landschappelijke structuren, gestuurd, ingericht en beheerd door de mens. Soms grootschalig zoals bij een volledige herinrichting, soms kleinschalig en sluipender wijze. De natuur heeft hierin een eigen plek. De Groene Ruimte kan inzicht geven in de plek die de natuur in zo’n gebied kan houden of verwerven, afgestemd op en in goede verstandhouding met het beoogde gebruik.

Groengebieden maken een belangrijk onderdeel uit van woonwijken en bedrijventerreinen. Aan deze groenvoorzieningen worden zeer hoge, soms tegenstrijdige eisen gesteld (netjes en representatief, kleurrijk, natuurlijk). Een goede afweging tussen deze wensen en de mogelijkheden (vaak beperkte ruimte in combinatie met extreme standplaatsen, versnippering en een beperkt budget) is daarbij onontbeerlijk. Ontwerp, aanleg en beheer dienen daarom planmatig en in een breed ruimtelijk en maatschappelijk verband te geschieden. In dat kader draagt De Groene Ruimte bij aan integrale stedelijke ontwikkelingsvisies. De Groene Ruimte is daarnaast betrokken bij het opstellen van de BREEAM-NL beoordelingsrichtlijn ‘Gebied’ en heeft de kennis en ervaring in huis om uw duurzame ambitie op gebiedsniveau te vertalen naar concrete adviezen om ecologische waarden en structuren te behouden en versterken.

De Groene Ruimte stelt inrichtings- en beheerplannen op voor verschillende schaalniveaus, bijvoorbeeld voor parken, waterbergingen of regionale gebiedsplannen. Tijdens de planvorming worden steeds de mogelijke gevolgen voor de verschillende functies en gebruiksvormen beschouwd en in de verdere uitwerking betrokken. De inrichtings- en beheerplannen worden concreet uitgewerkt op kaart, in tekst en beeld, zodat voor alle betrokkenen duidelijk is wat het streefbeeld is en hoe dit zal worden bereikt. Voor alle inrichtings- en beheerplannen geldt dat gewerkt wordt naar een eindresultaat met een breed lokaal draagvlak: een voorwaarde voor een ook op de lange termijn uitvoerbaar beheer van het gebied.

Projecten